Archief van onze columns
Op deze pagina bewaren we alle eerdere columns die in de loop der tijd zijn verschenen. Het is zonde om waardevolle verhalen, tips en ervaringen verloren te laten gaan. Daarom verzamelen we hier alle oude berichten, zodat je ze op elk moment kunt teruglezen, herontdekken of gebruiken als inspiratie. Veel leesplezier!
Column Februari
11-02-2026
Februari – Het kantelpunt in het kweekseizoen
Februari is een bijzondere maand in de kweek.
Niet zo spectaculair als de eerste eieren in het najaar, en nog niet zo zichtbaar als de jonge vogels die later op stok komen. Maar voor veel standaardparkietenkwekers is dit wél de maand waarin het seizoen beslist wordt.
Waar januari vaak de twijfel brengt, brengt februari duidelijkheid.
In veel kweekruimtes zie je nu een scheiding ontstaan. Sommige koppels komen ineens los: poppen worden vaster op het nest, eieren zijn beter bevrucht en jongen groeien rustiger op. Tegelijk blijven andere koppels aanmodderen — onbevruchte legsels, kleine jongen, of poppen die opnieuw stoppen.
Dat verschil lijkt soms willekeurig, maar meestal is het dat niet.
Waarom februari anders is
Vanaf begin februari verandert er iets wat wij nauwelijks merken, maar de vogels wel: het daglicht neemt sneller toe. Niet alleen de lengte van de dag, maar vooral de lichtintensiteit stijgt. Dat heeft direct invloed op de hormoonhuishouding.
Veel vogels die in oktober “gemaakt” werden voor de kweek, kwamen toen vooral in broedstemming door onze verzorging: licht, voeding en nestgelegenheid. Nu begint de natuur zelf mee te werken. En precies daarom zie je nu pas welke koppels werkelijk in conditie zijn.
Een koppel dat in februari goed draait, draait meestal de rest van het seizoen ook. Een koppel dat nu blijft worstelen, herstelt vaak niet meer volledig.
De stille uitputting
Wat in februari ook zichtbaar wordt, is iets wat kwekers vaak onderschatten: opgebouwde vermoeidheid.
Poppen die sinds het najaar meerdere rondes hebben grootgebracht, kunnen uiterlijk nog mooi ogen, maar intern reserves missen. Dat merk je aan kleine signalen:
-
kleinere legsels
-
eieren die later bevrucht raken
-
jongen die trager groeien
-
poppen die onrustig worden op het nest
De man speelt daarbij ook een grotere rol dan vaak gedacht. Een vermoeide man blijft vaak voeren en paren, maar de kwaliteit van de bevruchting neemt af. Dat zie je pas een week later in het nest.
Waarom nu ingrijpen verstandig is
Februari is daarom geen maand om alleen maar door te zetten. Het is juist de maand om keuzes te maken.
Soms is het beter een goed koppel tijdelijk rust te geven dan nog één ronde te forceren. Opmerkelijk genoeg levert dat later vaak sterkere jongen op. De pop herstelt, de man scherpt weer aan en de volgende ronde verloopt rustiger.
Veel ervaren kwekers merken dat hun beste showvogels niet komen uit de allereerste of juist de allerlaatste ronde, maar uit de ronde die volgt ná een korte herstelperiode.
Het microklimaat wordt nu beslissend
Ook de omstandigheden in het hok worden nu belangrijker dan in het najaar.
De buitentemperatuur blijft laag, maar de zon begint overdag al kracht te krijgen. Daardoor ontstaan grotere verschillen tussen dag en nacht.
Juist in februari zien we:
-
condens in de ochtend
-
drogere lucht in de middag
-
temperatuurschommelingen rond de nestkasten
Vooral in deze fase kan dat het verschil maken tussen een jong dat probleemloos groeit of één dat na enkele dagen verzwakt. Niet de extreme kou, maar de wisselingen geven onrust bij broedende poppen en beïnvloeden de voeding van de jongen.
Kwaliteit boven aantallen
Februari dwingt de kweker om zijn doel te heroverwegen.
Veel jongen kweken lijkt aantrekkelijk, maar voor de tentoonstelling telt uiteindelijk niet het aantal ringen — maar de kwaliteit van enkele vogels.
Een koppel dat zichtbaar moeite heeft, nog een ronde laten doen, geeft zelden betere resultaten. Integendeel: het kost conditie, geeft zwakkere jongen en vertraagt vaak de ontwikkeling van de volgende ronde.
Durven stoppen is in deze maand vaak geen stap terug, maar een investering in het voorjaar.
Tot slot
Februari is het kantelpunt van het seizoen. Niet de maand van het begin, en ook nog niet van de oogst, maar van het bijsturen. De vogels laten nu eerlijk zien wat kan en wat niet meer lukt.
Wie in deze periode goed observeert en op tijd keuzes maakt, kweekt later rustiger en vaak ook succesvoller. Want uiteindelijk wordt een goed kweekseizoen niet bepaald door hoe het begint, maar door hoe we onderweg reageren op wat de vogels ons vertellen.
Column Januari
12-01-2026
Januari – Als de kweek al vanaf het begin onder druk staat
Voor veel standaardparkietenkwekers begint het kweekseizoen niet in het voorjaar, maar al midden september of begin oktober. Dat is geen kwestie van haast, maar van noodzaak. Wie later in het seizoen aan tentoonstellingen wil deelnemen, weet dat jonge vogels tijd nodig hebben om uit te groeien tot volwassen, uitgebalanceerde showdieren.
Toch horen we dit seizoen al vanaf de start opvallend veel dezelfde geluiden.
Koppels paren zichtbaar, maar de eieren blijven onbevrucht.
Jongen komen uit, maar sterven na enkele dagen.
Poppen verlaten het nest, soms zelfs midden in een ronde.
En misschien nog wel het meest veelzeggend: deze problemen doen zich niet incidenteel voor, maar breed, bij veel kwekers tegelijk — ervaren én beginnend.
Geen pech, maar een samenspel
Wanneer zulke verschijnselen structureel optreden en al vroeg in het seizoen zichtbaar zijn, is er zelden één simpele oorzaak aan te wijzen. Meestal gaat het om een samenspel van factoren, waarbij ambitie, biologie en omgevingsinvloeden elkaar raken.
Paren zonder resultaat
Dat koppels paren maar toch onbevruchte eieren produceren, wijst vaak op een verschil tussen gedrag en lichamelijke realiteit. Het paringsgedrag is aanwezig, maar intern functioneert het voortplantingssysteem niet optimaal. Dat kan samenhangen met:
-
verminderde spermakwaliteit bij de man
-
hormonale instabiliteit
-
timingproblemen tussen paring en "eisprong"
Het gevolg is frustrerend herkenbaar: een keurig nest, maar zonder leven.
Jongsterfte en nestverlating
Jongen die in de eerste dagen sterven, of poppen die het nest verlaten, zijn zelden “toeval”. Vaak is het een teken dat de draagkracht van de vogel onder druk staat. Veel showvogels ogen uiterlijk in topconditie, maar dat zegt niet altijd iets over hun interne reserves.
Nestverlating is daarbij geen onwil. Het is meestal een instinctieve reactie op twijfel: over conditie, over veiligheid, of over het microklimaat in het nest.
Weersinvloeden: ook binnen voelbaar
Hoewel de meeste vogels binnen worden gehouden, spelen weersinvloeden een grotere rol dan vaak wordt gedacht.
-
Temperatuur: niet alleen kou, maar vooral schommelingen tussen dag en nacht verstoren broedrust en hormonale balans.
-
Kou vraagt extra energie, energie die niet naar voortplanting kan gaan.
-
Weersomslagen en luchtdruk zorgen voor onrust, tijdelijk stoppen met leggen en verminderde bevruchting — zelfs in gesloten hokken.
Vogels reageren hier vaak sneller op dan wij zelf merken.
Luchtvochtigheid: twee uitersten, één probleem
Luchtvochtigheid is daarbij een cruciale, maar vaak onderschatte factor.
In verwarmde kweekruimtes is de lucht in de herfst en winter regelmatig te droog, waardoor eieren kunnen uitdrogen en embryo’s vroeg afsterven.
Maar in onverwarmde hokken zien we juist het tegenovergestelde probleem: een te hoge luchtvochtigheid, vooral bij langdurige regen, mist of dooi.
Bij aanhoudend vochtige omstandigheden:
-
verdampt er te weinig vocht uit het ei
-
ontwikkelt de luchtkamer zich onvoldoende
-
krijgen embryo’s zuurstoftekort
Het resultaat is vaak laat afgestorven embryo’s of jongen die niet of moeilijk uitkomen. Daarnaast bevordert vocht schimmel- en bacteriegroei in nestkasten, wat kan leiden tot jongsterfte en onrust bij broedende poppen. Een pop die het nest verlaat, reageert dan vaak niet op het koppel, maar op een onjuist nestklimaat.
Vroeg beginnen vraagt extra scherpte
Vroeg starten met de kweek blijft voor de showkweek noodzakelijk. Maar een lang seizoen vraagt ook om bewuste keuzes:
-
niet elk koppel is geschikt om vanaf september door te draaien
-
niet elke pop kan meerdere rondes zonder gevolgen aan
-
soms levert één ronde minder uiteindelijk sterkere, betere vogels op
Juist in januari, wanneer veel kwekers merken dat het stroever loopt, is het moment daar om te evalueren: doorgaan, pauzeren of stoppen.
Tot slot
Dat de kweek dit seizoen bij veel standaardparkietenkwekers al vanaf het begin moeizaam verloopt, is geen teken van falen. Het laat zien hoe smal de marge is tussen wat wij vragen en wat de vogel aankan. Succesvol kweken vraagt niet alleen kennis en voorbereiding, maar ook het vermogen om signalen serieus te nemen — zelfs als dat betekent dat we onze planning moeten bijstellen.
Niet één waarde is doorslaggevend, maar balans en stabiliteit. En misschien is dát wel de grootste uitdaging van de moderne showkweek.
Tekst: AI-Generated
Column November
21-11-2025
De Eerste Blik op Kwaliteit
November is de maand waarin de volière ineens anders klinkt. De eerste jongen zijn op stok, wat onwennig nog, maar vol energie. Het zachte piepen van nestjongen maakt plaats voor het nieuwsgierige gekwetter van de jonge garde die de wereld aan het ontdekken is. En voor ons kwekers begint nu een van de leukste periodes van het seizoen: het eerste kwaliteitsbeeld wordt zichtbaar.
Het blijft een bijzonder moment wanneer je een jong voor het eerst écht even in de hand houdt. De veren zitten nog wat losjes, maar de bouw is al herkenbaar. Is de kop goed gevuld? Hoe vallen de schouders? En is de kleur helder en strak? Het zijn kleine signalen die verraden of je kweek dit jaar de goede kant op gaat.
Natuurlijk weten we allemaal dat november nog maar een vroege indicatie geeft. Een jong dat nu al indruk maakt, hoeft niet per se het mooiste van het seizoen te worden – en andersom kan een onopvallend kuiken zich na de rui ineens ontpoppen tot een echte showvogel. Maar toch… het eerste gevoel zegt vaak veel, en dat maakt dit moment zo spannend.
Je ziet soms ineens een lijn terug van een goede man, of een verrassing uit een koppel waar je niet veel van verwachtte. Elk jong dat op stok springt, vertelt iets over de keuzes die je eerder in het jaar hebt gemaakt. En stiekem vraag je het jezelf dan af: gaat het de goede kant op dit seizoen?
November geeft je nog geen definitief antwoord, maar wel een eerste glimp. Een glimp van potentie, van hoop, van wat misschien op de show straks in volle glorie te zien is. Het is de maand waarin de toekomst voor het eerst in beeld komt – wankelend op een zitstok, maar vol belofte.
Column Oktober - 2025
27-10-2025
Een ring om, een belofte vastgelegd
Oktober is altijd een maand met twee gezichten. In de nesten liggen de jongen van de vroege koppels, nog klein en hulpeloos, terwijl in de brievenbus een pakketje met ringen valt – glimmend, genummerd en vol belofte.
Het blijft een bijzonder moment: een piepklein pootje vastpakken en voorzichtig dat ringetje erom schuiven. Het is even priegelen, soms met wat gezucht en geklungel, maar als het eenmaal gelukt is, ligt de identiteit van dat jong voor altijd vast. Geen enkel ringnummer is hetzelfde; elke vogel krijgt zijn eigen unieke "paspoort".
En daar begint voor ons kwekers eigenlijk al de voorbereiding richting de shows. Want hoe klein ze nu ook zijn, over een paar maanden staan deze jongen misschien al te pronken op een tentoonstelling. Dan moet je kunnen terugzien wie waar vandaan komt, welke koppels de mooiste nakomelingen gaven, en welke vogels wellicht toekomst hebben in de kweek.
Naast het ringen wordt er in oktober ook veel geobserveerd. Welke jongen groeien mooi door? Welke veren tekenen zich af? En stiekem denk je dan al vooruit: zou dit een prijswinnaar kunnen worden?
Kortom, oktober is een maand van hoop en planning. Het kweekseizoen draait op volle toeren, en tegelijkertijd werpen we alvast een blik vooruit naar de keurtafels. Elk ringetje dat je deze maand omdoet, is een klein stukje toekomst – van jouw kweek én van onze club.
Column September - 2025
Het eerste eitje
Er is altijd zo’n moment in september dat je met een glimlach de volière uitloopt: het eerste eitje ligt er! Voor buitenstaanders misschien maar een klein wit bolletje, maar voor ons kwekers het begin van een heel seizoen vol spanning, hoop en plezier.
Het bijzondere is dat elk jaar weer hetzelfde ritueel volgt: koppels worden gevormd, nestblokken zorgvuldig uitgezocht en schoon gemaakt, en dan… wachten. Soms lijkt het eeuwig te duren, soms verrassen de poppen je sneller dan gedacht. En hoe vaak je het ook meemaakt, dat eerste eitje blijft toch speciaal.
Natuurlijk begint dan ook meteen de zorg. Is het popje goed in conditie? Hoe is de voeding? Staat er voldoende kalk en grit klaar? Want we weten allemaal: een goede start maakt vaak het verschil voor de rest van het seizoen.
Voor kwekers die meerdere koppels hebben, komt er nog een extra uitdaging bij: de administratie. Ringen liggen klaar voor als de jongen straks geboren worden, notitieboekjes of digitale systemen worden bijgewerkt – want als je in februari nog wilt weten welke jongen bij welk koppel horen, moet je nu al netjes beginnen.
En toch, naast alle planning en voorbereiding, blijft het gewoon genieten. Dat kleine witte eitje staat symbool voor alles waar we in de hobby zoveel plezier aan beleven. Het is de belofte van nieuw leven, van jonge parkieten die straks de volière weer vullen met hun vrolijke gekwetter.
Dus: gefeliciteerd met je eerste eitje van het seizoen – of met het voorgevoel dat het elk moment kan gebeuren. Het broedseizoen is weer van start!